Projectomschrijving

Oost-Indisch-huis

Het Oost-Indisch Huis diende als bestuurs- en administratiekantoor voor de Amsterdamse kamer van de VOC. Ook de VOC directie (de Heren XVII) vergaderde hier.

Mapping slavery.nl maakt de sporen van het Nederlandse slavernijverleden toegankelijk voor een breder publiek. Het project brengt het slavernijverleden dichtbij, door plaatsen te beschrijven in de directe woonomgeving van Nederlanders van nu.

Door kennis over de slavernijgeschiedenis te verzamelen en deze te vertalen naar digitale kaarten en wandelroutes, brengen we de Nederlandse slavernijgeschiedenis letterlijk dichtbij huis. Deze basiskennis willen we vervolgens verder toegankelijk maken voor educatieve doeleinden.

Recente debatten over slavernij, Zwarte Piet en racisme hebben de onderlinge verbinding tussen deze onderwerpen zichtbaar gemaakt. Dat betekent dat er een toenemende behoefte is aan concrete kennis over het slavernijverleden.

In diverse Nederlandse steden is er een directe band met het slavernijverleden, zoals in Amsterdam, Hoorn, Rotterdam, Middelburg, Vlissingen en in de andere steden waar de Kamers van de WIC en VOC waren gevestigd.

Met de internationale pendant Mappingslavery.org maken we de transnationale verbindingen zichtbaar die Nederlanders maakten in voorbije eeuwen en waarbij er sprake was van slavernij en slavenhandel. Het Nederlandse project is onder meer geinspireerd door het Britse onderzoeksproject “Legacies of British Slave-Ownership” aan University College London.

In 2015 vond een verkennend project over het Nederlandse slavernijverleden van New York (Nieuw Nederland en Nieuw Amsterdam) plaats. Projecten in Suriname en in Indonesië zijn in voorbereiding.

 

Historische achtergrond

De Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie waren grensoverschrijdende Europese ondernemingen, met vestigingen aan de Afrikaanse, Amerikaanse en Aziatische kusten. De schepen van de handelsondernemingen WIC en VOC rolden in Nederland van de werf, volgeladen met producten voor de ruilhandel aan de Afrikaanse kust. Onderdeel van die handel was de slavenhandel.

In de Hollandse steden besloten de bestuurders over de militaire bescherming van de slavenschepen en het reilen en zeilen van de WIC en VOC. Producten zoals suiker, koffie en tabak, verbouwd door slaven, werden in Nederland verder verwerkt en verhandeld. Ook buiten die directe handelssteden consumeerde men die producten. Kooplieden, regenten en bestuurders bouwden buitenhuizen van de winsten. Investeerders in de koloniale economie – en daarmee direct of indirect in de daar bedreven handel in en exploitatie van slaven – kwamen uit het hele land.  Dit betekent dat diverse steden in Nederland een link met deze geschiedenis hebben.

Het bestaan van slavernij was in Nederland zelf minder zichtbaar want het speelde zich in de koloniën ver weg af en formeel was slavernij in Nederland verboden. De tot slaaf gemaakten kwamen zelden naar Nederland. Slechts een heel klein aantal van de uit Afrika en Azië gedeporteerde mannen en vrouwen of hun nazaten bezocht Nederland of woonde hier tijdens de slavernijperiode. Maar ze waren er wel. We weten dat onder andere omdat Rembrandt een aantal van hen heeft geportretteerd. Gericht onderzoek in lokale archieven leidt tot het vinden van steeds meer sporen en verbanden